Als nergens in de wet staat dat het niet mag, dan is het toegestaan. Zo denkt de advocatuur. Als ergens in een ‘heilig’ schrift staat hoe het gedragspatroon moet zijn, dan is elke betrokken groepering van mening dat het niet alleen voor hen, maar voor iedereen geldt.
Pasen 1
Een paar jaar geleden was ik met Pasen in een klein Spaans bergdorpje. In het labyrint van nauwe trapstraatjes klonk het geluid van een naderende optocht. Het geluid zwol aan, de spanning was voelbaar. Daar kwam, voorafgegaan door mannen in wijde gewaden en hoge puntmutsen, een baldakijn met een prachtig versierd kistje aangedeind. Toen de eerste puntmuts vlakbij was keken we elkaar aan. De muts was een bijna meter hoog geval met twee grote gaten voor de ogen. Ku Klux Klan, schoot er door mij heen en onwillekeurig deed ik een stapje achteruit. Ik vergat dat de straat trapsgewijs was opgebouwd en de mensen achter mij moesten mij opvangen. Zag ik lachrimpeltjes rond de ogen van die (>ö ö<)? Een pijnscheut door mijn enkel, kwaad op me zelf omdat ik achteruit gestapt was? In ieder geval behoorlijk uit balans en ontdaan, waarbij de verzwikte enkel van ondergeschikt belang was. “Kom op, we gaan iets drinken”, zei mijn zoon.
Pasen 2
Een paar jaar geleden, het was een vroege Pasen net als nu, waren we naar de wintersport. We staan opeengepakt in de kleine gondel die ons naar boven gaat brengen. We zijn net michelinmannetjes met die dikke skikleding aan en die mallote klosschoenen. De ramen van de gondel beslaan al gauw. “Wilt u als het u belieft die bril even afzetten?” vraagt een vrouw achter me. Ze heeft het tegen een kleine brede man in een blitspak en een enorme zonnebril op. Zo’n bril die als een spiegel werkt als je er naar kijkt. De man reageert totaal niet. “Hij verstaat je niet”, zegt de vriendin van de vrouw. “Laat maar, we zijn bijna boven.” Dat klopt. Als de deuren bij aankomst openklappen is brillemans één van de eersten die zich uit de gondel wringt. “Ik ben blij dat we er zijn”, zegt de vrouw tot haar vriendin, “Ik word altijd bang van die brillen weet je dat ?” “Ach, laat toch”, is het antwoord, dat ik net nog meekrijg als de vrouwen naar het restaurant klossen.
Vlak voor Pasen 2008
Tot mijn verbijstering hoor ik een ‘burgervader’ van een grote stad het begrip vrijheid koppelen aan het dragen van een burka. De wereld op z’n kop. Onnodig angstverwekkend.
In Nederland is er niets op tegen om je schoenen aan te houden bij het betreden van een kerk, maar ik zie iedereen, de koningin incluis, op kousenvoeten in de moskee. Als ik in een Italiaans, Spaans of Grieks bergdorpje ga lopen, draag ik een lange broek en mijn vrouw een stola. In de sauna ben ik gekleed in handdoek. In het zwembad draag ik een zwembroek. Je past je nu eenmaal aan, aan het sociaal wenselijke kledingpatroon. Als ik een synagoge in zou gaan, dan speel ik (ik ben niet kerks) ‘petje op’ en als ik een kerk in ga ‘petje af.’ Als we de wereld een beetje leuk willen laten doordraaien zal iedereen (iederéén!) zich aan moeten passen aan het sociaal wenselijke van de regio. En wie dat niet doet, is zijn vrijheid niet waard.
Zo is het vader, en niet anders!
Opa Appie
Meld je aan voor de nieuwsbrief van Dwarsweb.nl









