De ongehoorzame sneakers

E-mail Print PDF
Er zijn veel waargebeurde sprookjes uit Oost, waar nog bijna niemand van gehoord heeft. Dwars door de buurt gaat daar verandering in brengen. Print ze uit en lees ze voor aan alle goedgelovige kindertjes die u kent.

Deel 1: de ongehoorzame sneakers

Er was eens een jongetje in de Watergraafsmeer, dat zich erg ongelukkig voelde. Dat was niet van de een op de andere dag gebeurd. Vroeger, toen hij nog een ukkepuk was, was hij altijd blij. Hij rende, hij danste, hij lachte, hij juichte. Daar kwam op een donkere donderdag ineens verandering in. Hij ging naar de basisschool. Hij had zich er enorm op verheugd, want nu ging hij grotemensendingen leren: lezen, schrijven, rekenen. Maar o, o, wat kwam hij van een koude kermis thuis. Op school gingen ze tekeningen maken, in de zandbak spelen, knippen en plakken. Bah, zo kinderachtig allemaal. En hij was geschrokken van de andere kinderen. Ze hadden allemaal dure sneakers aan, mooie kleren en nieuwe schooltassen. Zelf had hij de kleren van zijn broer aan. Ook de schoenen waren van Wim geweest. De andere kinderen hadden hem uitgelachen. “Kijk, wat een stomme schoenen. En zijn broek is te kort. En er zitten gaten in! Loser, loser, loser!” De woorden sneden in zijn ziel. Was hij dat dan? Zijn ouders hadden hem altijd verteld dat hij geweldig was, maar nu geloofde hij dat niet meer.

Toen hij terugliep naar huis, is hij enigszins verkeerd gelopen. Hij liep door allerlei straten en pleinen, totdat hij ineens middenin een enorme bouwput stond. Hij kon het bord met Oostpoort er op nog niet lezen - dat had hij nog niet geleerd op school - dus hij wist echt niet dat hij enorm verdwaald was. Hij ging op een betonnen rand zitten en begon een beetje voor zich uit te snikken. Dat doen radeloze mensen wel vaker. En gelukkig trekt dat altijd de aandacht van andere mensen, die het goede met je voorhebben. In het geval van het jongetje kwam er een hippe mevrouw van in de zeventig aangelopen. Ze leek een beetje op Ans van der Scheur, maar was het nét niet. Deze mevrouw was geen razende reporter van Dwars door de buurt, maar een geheime kunstenares. Dat is een kunstenares die wel kunst maakt, maar niet wil opvallen. Ze verkoopt nooit iets, maar geeft alles weg. Het jongetje had dus enorm geboft, dat hij juist deze mevrouw ontmoette. De mevrouw vroeg waarom hij huilde en hij vertelde dat hij zo beestachtig geplaagd werd op school.
“Ach, hou maar op met huilen, kanjer,” suste de hippe kunstenares, “die etterbakjes weten niet beter. Ze worden tot op het bot verwend door hun ouders en beseffen niet, dat je niet bent wat je hebt. Je bent wie je bent.” Het jongetje zuchtte: “Dat weet ik wel. Dat weet u wel. Maar hoe laat ik die kinderen zien dat ik ook graag vrienden wil?” “Dat heeft tijd nodig,” zei de hippe mevrouw. “Ze moeten eerst leren door je kleren heen te kijken en dan zien ze wie je bent. Wie je écht bent.” Het jongetje vroeg: “Maar hoe lang duurt dat dan?”
De mevrouw keek bedenkelijk: “Ik ken gevallen dat het na een paar dagen bekeken was, maar in sommige gevallen werden kinderen hun hele schooltijd gepest.” Het jongetje zette een keel op en was al snel helemaal overstuur.

De hippe mevrouw kriebelde eens aan haar hoofd. Ze rolde met haar linkeroog, ze rolde met haar rechteroog. Ze wreef met haar wijsvinger langs het puntje van haar neus. “Guttegut ventje, hou eens op. Er is denk ik wel een oplossing.”
“Echt waar?”
“Ja, maar het vereist wel de nodige toverkracht.”
“Ik dacht dat toveren was uitgestorven.”
“Dat had je gedacht! Hier in Oost wordt er nog volop getoverd. Ik zal je eens een staaltje van mijn toverkunsten laten zien!”
Het jongetje ging met de mevrouw mee naar haar atelier. Het was een friswitte ruimte met grote ramen. “Lekker veel daglicht,” legde ze uit: “Dan kun je goed zien wat je aan het doen bent.” Ze trok het jongetje een overhemd aan, met allemaal verfspatten er op. Daarna moest hij op een krukje achter een ezel gaan zitten. Niet zo’n koppig dier, maar een houten standaard waar een wit schilderij op stond. Een doek.
“Schilder maar eens hoe je er uit wilt zien,” moedigde de kunstenares hem aan.
“Ik hou niet van kleuterwerk, ik wil leren lezen en schrijven en rekenen.”
“Niet te snel, eerst moet je je favoriete schoenen gaan schilderen en je favoriete broek, je favoriete shirt en een tas die je mee naar school wilt nemen. Fantaseer maar.”
Ondertussen was de mevrouw een brouwseltje aan het bekokstoven. Er gingen rare, misselijkmakende ingrediënten in: geplette duiveneieren, rattenbraaksel, gestampte olifanten...je wilt het echt niet weten. Zo vies. Het jongetje merkte dat niet, want hij zat met de tong uit zijn mond te schilderen. Dit was veel leuker dan op school, want hij was zijn droom aan het verwerkelijken.

Eindelijk was het schilderij af. Het was erg mooi geworden, al zei hij het zelf. De kunstenares kwam aanlopen met een dampende brei. “Dit ga ik over het schilderij gieten en dan wordt alles echt.” Het jongetje hield zijn vingers gekruist. Hij hoopte echt, hartstochtelijk echt, dat de mevrouw haar woorden waar kon maken.
“Hokus pokus...”
“Pilatus pas,” dacht de jongen, maar hij had de toverspreuk verkeerd gezegd. Het had moeten zijn: “Ik wou dat je echt wus.” De mevrouw keek een beetje angstig. “Ik vrees dat er iets helemaal mis is gegaan met de toverspreuk. Met een beetje geluk werkt een halve toverspreuk ook wel, maar voor hetzelfde geld zitten we zwaar in de problemen.”
Uit het schilderij stapten twee vrolijke sneakers. Ze liepen op het jongetje af. Bij de neus van de schoenen zaten monden. Met melktanden, net als bij de jongen. “Ha toffe peer, mogen we met jou mee naar huis?” Het jongetje werd er helemaal blij van. De mevrouw bracht het jongetje en de nieuw getoverde schoenen naar huis en kreeg als bedankje een gouden beker mee.

De volgende dag stond het jongetje te popelen om naar school te gaan. Hij trok zijn nieuwe sneakers aan maar had nog wel de oude broek van zijn broer en het oude shirt van zijn broer en de oude schooltas van zijn broer. Op het schoolplein begonnen de andere kinderen al weer te pesten, maar de schoenen beten al die kinderen in hun schenen. Sindsdien werd het jongetje niet meer gepest, maar moesten zijn schoenen wel in de hoek staan, omdat bijten niet mag.

 

Volg Dwarsweb.nl

Treed op als gastredacteur!

Waarover wilt u dat de redactie schrijft? Wilt u iets kwijt over wat u dwars zit? Dwars door de buurt biedt u de gelegenheid een pagina te vullen. Eén artikel? Meerdere artikelen? U heeft 1250 woorden tot uw beschikking. Of alleen foto’s? Dat kan ook.

Neem contact op met dwars@dynamo-amsterdam.nl of bel naar 462 03 78.

Uitsluitend voor bewoners!

Dwarsweb nieuwsbrief

Meld je aan voor de nieuwsbrief van Dwarsweb.nl