
Al een tijd zit ik te wachten bij de Linnaeus apotheek. Op deze warme vrijdagmiddag in april loopt de zaak langzaam vol met de meest vreemdsoortige types. Iedereen trekt keurig een nummertje en wacht op zijn beurt.
Er komt een wat oudere vrouw binnen. Ze ziet er vrolijk-shabby uit: rode gympen, een bruin gerafeld colbertje dat al zolang uit de mode is dat het weer in is, zonnebril in het vettige, grijzende haar, vaalgele spijkerbroek. Ze klampt direct op luide toon een Pakistaanse man in een traditionele blousejurk aan: "Ik moet naar een begrafenis, mag ik vóór u?". De man bast iets onverstaanbaars. Deze vraag herhaalt ze aan de halve klandizie in het benauwde pand, steeds op hetzelfde volume. Vrijwel iedereen antwoordt: "Ik word al geholpen, ga uw gang, het maakt me niet uit." Een man die ogenschijnlijk bij haar hoort, maar liever buiten in de zon wacht, hoor ik in plat Amsterdams brommen: "Je moet een nummertje trekken!".De vrouw wendt zich vervolgens tot de apothekersassistente met haar vraag, die ze opnieuw indringend stelt. De kordate baliemedewerkster deelt haar mee dat dit toch niet de gebruikelijke gang van zaken is. Gewoon net als ieder ander een nummertje trekken en wachten. "Ja maar ik heb nú een begrafenis en ik heb mijn medicijnen nodig. Ze liggen al klaar!" Ze doet nog een keer het vragenrondje, nu ook in mijn richting. Niemand maakt bezwaar. Ik maak een gebaar waarmee ik wil zeggen: ga maar.
Na nog even tegengesputterd te hebben, gaat de assistente overstag en overhandigt de vrouw een wit apothekerszakje. De medicijnen lagen al klaar. Ze wandelt nu op haar dooie akkertje naar een in de apotheek opgestelde weegschaal en gaat zich uitgebreid staan wegen. Ze kijkt daarbij nogal triomfantelijk. Men kijkt elkaar aan met een blik van: "Wat is dit nu weer voor een raar mens? Eerst voorkruipen omdat ze naar een begrafenis moet en zich vervolgens doodgemoedereerd gaan wegen." Hilariteit onder de bezoekers van de apotheek. Kennelijk klaar met wegen, richt ze haar aandacht weer op ons. Geagiteerd: "Wat valt er hier te lachen?" De jongeman naast mij kalm: "Maar u had toch een begrafenis?"
| < Vorige | Volgende > |
|---|








