
Echt winter. Sneeuw en zon, Avercamptafereeltjes, fluwelig witte bomen en zelfs een sneeuwiglo in de buurt. Maar ook glibberen en kleumen. Voor even is een praatje over het weer een echt onderwerp van gesprek. Ondertussen stoken we ons met zijn allen het leplazerus. En de winkels ook, die doen wel héél erg hun best om mij, twintig meter verderop bij de tramhalte, nog warm te houden. Ik sta daar te kleumen en geloof mijn ogen niet over het feit dat zoveel winkeldeuren WAGENWIJD open staan. Ze stoken tegen de klippen op, een pijnlijke en onnodige ‘eigen bijdrage’ aan de opwarming van de atmosfeer. Ik vind bijna dat er straffen op zouden moeten staan. Maar ja, wie ben ik… Wat vinden de reizigers van Tram 9 eigenlijk van de open winkeldeuren?
Een mevrouw van middelbare leeftijd vindt het onbegrijpelijk: “De deuren moeten dicht. Dat is voor het personeel ook veel prettiger”. Nederland is niet op deze kou voorbereid, vindt een andere mevrouw. Bij winkels die etenswaren verkopen begrijpt ze het enigszins, omdat die het ook moeten hebben van de lekkere geuren die klanten binnen lokken. Twee meiden van ongeveer zeventien hadden er eigenlijk nooit over nagedacht: Yvette stelt dat je ergens eerder naar binnen gaat als de deuren openstaan en denkt niet dat winkeliers er rekening mee gaan houden. Nayri naast haar had er ook niet zo bij stil gestaan, maar vindt het bij nader inzien een slechte zaak. Ze oppert dat er gewoon een bordje op de dichte deur moet staan met OPEN, en daarnaast goede verlichting binnen, zodat je duidelijk ziet dat de zaak open is. Yvette is het daarmee wel eens. De iets jongere Emre vindt: met mooi weer een open deur, met kou de deur dicht. En aan de winkelier vragen of de deur dicht kan. De middelbare (en verontwaardigde) Jettie: “Het is gewoon onzin die open deuren, je laat de warmte toch niet zomaar weglopen! Thuis heb ik ook een extra gordijn voor de trap om de kou buiten te houden.” Ook de veertigers Els en Annemarie vinden het belachelijk: zijn we allemaal met het klimaat bezig, Kopenhagen en terugdringing van de CO2, dan is dit gewoon triest. Els’ huisarts heeft een bordje aan zijn praktijk: Deur dicht s.v.p., we stoken niet voor de vogeltjes. Annemarie stelt dat iedereen een printer heeft om Wij zijn Open te printen. ‘Hoe moeilijk is het nou om de deur dicht te doen. Restaurants doen dat toch ook?’
Maar het is goed voor de doorloop, zei het bakkersmeisje met bodywarmer en rode neus, terwijl ze zich in haar verkleumde handen wreef.
Zou het niet net zoiets als met roken kunnen worden, dat zo’n deur open laten niet langer ‘sjiek’ wordt gevonden en uit de gratie raakt, dat iedereen met een greintje verstand het wel uit zijn hoofd laat. Dat we winkels met open deuren mijden. Winkeliers erop aanspreken. Dat het bewustzijn vergroot wordt. Een prijs uitgeloofd voor de ondernemer met de dichte deur. Dat de politiek er iets aan doet. Dat er een milieukeurmerk komt voor winkels, waarbij, ja het is inderdaad een open deur, de dichte deur onderdeel van het keurmerk is. Wat vindt u?
| Volgende > |
|---|










Reacties
Trouwens, dat het bakkersmeisje het koud heeft lijkt me wel erg voor de hand liggend. Wie wil er nou brood kopen in een winkel op kamertemperatuu r? Dat brood blijft toch nooit lang lekker?
Een winkelkeurmerk is van de zotte. Wie gaat dat controleren? Of sterker nog: wie gaat dat betalen? Middenstand zou zich daar dan bij aan moeten sluiten of een som moeten overleggen om een keurmerk te kunnen verwerven. En het harde gelag zal in klinkende munt door de consument moeten worden bijgepast. Daar pas ik dan weer voor. Quoting
RSS lijst voor reacties op dit bericht.