Gerdi Verbeet wil alleen nog maar in Amsterdam-Oost wonen

E-mail Print PDF
foto: Hans Bouton

foto: Hans Bouton

 

Ze is nu (nog?) voorzitter van de Tweede Kamer. Dat vindt ze als sociaal-democraat een uitdaging en een voorrecht. Op achttien jarige leeftijd kwam Verbeet als student voor het eerst in de Dapperbuurt, een totaal andere buurt dan de westelijke tuinstad waar ze was opgegroeid. “Toen kon ik niet begrijpen dat bewoners gelukkig konden zijn in hun krappe behuizingen.” Ze komt graag op de Dappermarkt en in de buurtwinkel om de hoek. “Mijn ouders hebben ons opgevoed met waarden als respect voor anderen, verantwoordelijkheid voor elkaar en je best doen.” Bij haar werkbezoek aan een stadsvernieuwingsproject in de Transvaalbuurt wil ze zeker vragen stellen over de effecten van de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning, waar zij zich in de Kamer sterk voor heeft gemaakt. Wandelend langs de Linneausstraat benoemt ze een aantal kwaliteiten van Oost, waarom ze hier oud wil worden.

 

 

 

“Ik vind het een voorrecht om voorzitter te zijn van het belangrijkste en hoogste orgaan in ons land. De voorzitter van het parlement geeft leiding aan de volksvertegenwoordiging en als sociaal-democraat vind ik dat een uitdagende en verantwoordelijke taak. Ik wil dat burgers, en zeker de jongeren, zich vertegenwoordigd weten en betrokken zijn bij het werk van de Tweede Kamer. We hebben nu ongeveer 160.000 bezoekers per jaar, onder wie een groeiend aantal jongeren. Als het even kan organiseer ik ontmoetingen tussen kamerleden en bezoekende jongeren. Ook is een thee/koffiepunt in de hal van het Tweede Kamergebouw in voorbereiding. Daar kunnen studenten van het ROC werkervaring op doen.”

 

Gerdi Verbeet is eind 2006 door haar collega-kamerleden tot hun voorzitter gekozen. Tegenwoordig wordt daarbij eerder gekeken naar kwaliteiten als ervaring en communicatieve vaardigheden dan naar iemands politieke kleur. Bij de komende verkiezingen in juni staat mevrouw Verbeet op een verkiesbare plaats voor haar partij, de PvdA, dus er is een kans dat ze in haar functie van Kamervoorzitter wordt herkozen. Zelf zou ze dat zeker willen doen. “Het brengt je in contact met alle sectoren van de samenleving en je blik wordt verruimd door de internationale uitwisseling tijdens werkbezoeken in het buitenland.”

 

Ze woont vlak bij de Berlagebrug en ze wil nergens anders wonen dan in Oost. Opgegroeid in Nieuw-West, in de moderne, lichte nieuwbouw uit de jaren vijftig met groene speelvelden om de hoek, kwam ze als achttienjarige student sociale geografie in de Dapperbuurt. “Onze toenmalige docent, Hedy d’Ancona, stuurde ons de straat op om mensen uit de Dapperbuurt te interviewen over hun woonwensen. Het was voor mij een raadsel dat veel van die bewoners toen gelukkig bleken met hun krappe behuizing zonder douche, groen en ander comfort. Pas veel later in mijn leven kreeg ik begrip voor de waarde die een mens hecht aan zijn eigen plekje onder de zon; een woninkje waar elke vierkante centimeter door jou persoonlijk is ingekleurd en een buurtje waar de mensen je kennen, waar je je thuis voelt.”

 

Gerdi Verbeet is positief over de mate waarin Amsterdam, mede door de stuwende kracht van enkele PvdA - wethouders, de afgelopen dertig jaar er in is geslaagd om van Oost een wijk te maken met een grote culturele en economische diversiteit. Zij fietst graag door de buurt, bezoekt regelmatig de Dappermarkt en doet haar boodschappen bij de buurtsuper. Met haar kleinkinderen is ze te vinden in de speeltuin om de hoek en met haar bejaarde moeder rijdt ze door Artis of naar het Oosterpark. “Een tijdje terug was ik met mijn moeder bij de supermarkt. Ze is dol op kinderen. Toen ze een jonge moeder achter een kinderwagen met een kleuter ernaast zag, sprak ze haar aan met ‘ Mevrouw, besef goed dat dit de mooiste jaren van uw leven zijn met die kleintjes; geniet ervan!’ Dat de betreffende vrouw een burka droeg viel haar niet eens op. En daar ben ik blij mee. Mijn ouders hebben ons opgevoed met waarden als respect voor anderen, verantwoordelijkheid voor elkaar en je best doen. Dat zou ik voor deze tijd graag aan ouders mee willen geven: stimuleer je kinderen om op school hun best te doen, zit ze zonodig achter de broek. Laat hun talenten niet verloren gaan.”

 

Een speciaal plekje in haar hart hebben de kwetsbare ouderen. Ze vindt dat het stadsdeel, de gemeente en maatschappelijke organisaties zich blijvend moeten inzetten om te voorkomen dat oude mensen in een isolement raken. De projecten waarbij momenteel jongeren en ouderen aan elkaar worden gekoppeld om samen leuke dingen te doen en zo begrip en waardering voor elkaar te ontwikkelen hebben dan ook haar warme belangstelling.

 

Op mijn vraag hoe het is om als vrouw een dergelijk hoge publieke functie te vervullen, zeker bij bezoeken aan landen waar de gelijkheid tussen mannen en vrouwen geen vanzelfsprekendheid is, geeft ze een voorbeeld van haar aanpak. “Ik had het voorrecht om als Kamervoorzitter een werkbezoek te brengen aan de troepen in Afghanistan. Daarbij was ook een bezoek gepland aan het nabije trainingskamp van het Afghaanse leger. Daar zat ik als enige vrouw tussen een zaal vol mannen. Na de nodige plichtplegingen vroeg de generaal of ik nog een speciale wens had. Ik zei: ‘Aangezien ik vrouw ben zou ik wel een kijkje in de kazernekeuken willen nemen om te zien hoe het daar toe gaat.’ Een bulderend gelach uit de zaal was mijn beloning. Met alle bobo’s in mijn kielzog stonden we even later in de keuken.” Maar …, ze erkent dat je als vrouw in een dergelijk positie je toch extra goed voorbereidt en dat je de regels van het politieke spel met humor moet weten te hanteren.

 

Wandelend langs de Linneausstraat somt ze de vele kwaliteiten van Oost op: het multiculturele karakter, het goede winkelaanbod, het groen, de prachtige begraafplaats, de beste dagmarkt van Nederland! “Er zal altijd iets te verbeteren blijven voor de verantwoordelijke bestuurders en instellingen. We zullen steeds opnieuw moeten investeren in deelname van alle bevolkingsgroepen aan de samenleving; dat gaat niet vanzelf. Er is nog teveel schooluitval en de ROC-leerlingen hebben recht op een volledig lesrooster. De stadsvernieuwing heeft in de verschillende buurten zeker zijn vruchten afgeworpen, maar de belangen van de kwetsbare groepen op het gebied van wonen en zorg vragen om blijvende aandacht. Ik heb in de Kamer veel energie gestoken in de totstandkoming van de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), die meer dan in het verleden, de verantwoordelijkheid voor de zorgbehoevende legt bij het laagste bestuursniveau. Hier in mijn eigen wijk kan ik van dichtbij volgen hoe voor burgers, ambtenaren en bestuurders een dergelijke ombuiging van het beleid in de praktijk werkt.”

In het aansluitende werkbezoek aan de Transvaalbuurt zal ze daar zeker vragen over stellen. Werkt die wet en is het wel een verbetering ten opzichte van de eerdere regelingen?

Gerdi Verbeet hoopt nog jaren werkzaam te zijn in de landelijke politiek, maar als ze zevenenzestig mag worden, gaat ze volop genieten van alles wat Oost te bieden heeft.

 

Ans van de Scheur