Conferentie samen zorgen

E-mail Print PDF

Er was eens een man, die 15 hulpverleners om zich heen verzameld had: hij had diverse chronische gezondheidsklachten, verslavingsproblematiek, last van zowel sociale als emotionele eenzaamheid, schulden en hij zorgde slecht voor zichzelf en zijn woning.

Hulpverleners in de eerstelijns zorg (huisartsen, fysiotherapeuten, maatschappelijk werk, ouderenzorg enzovoort) krijgen soms ingewikkelde hulpvragen. Op de conferentie Samen Zorgen voor Oost-Watergraafsmeer, die gehouden werd op 10 december kwam de situatie van 'de man van 15' en die van anderen aan de orde. De vraag is of er een casemanager aangesteld moet worden, of korte lijnen en een betere samenwerking tussen de hulpverleners meer nut hebben. In een brochure zijn de contactgegevens van de 120 deelnemers aan de conferentie samen gebracht, zodat men na de conferentie gemakkelijk contact met elkaar kan opnemen.

Doel van de conferentie was, om eerstelijns hulpverleners met elkaar in contact te laten komen. Na een openingswoord door Willem Paquay, portefeuillehouder Zorg en Welzijn, verzorgde de GGD een korte presentatie van de uitkomsten uit de Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2008. In Oost- Watergraafsmeer is 10 procent van de bevolking - vrouwen iets vaker dan mannen - eenzaam. 6 procent van de populatie lijdt aan depressie en angst en 1 procent heeft melding gemaakt van huiselijk geweld. Bijna de helft van de mannen, met een piek boven 55 jaar, lijdt aan overgewicht en ongeveer 15 procent drinkt overmatig. Vrouwen doen nauwelijks onder voor mannen, al zitten zij met 14 glazen per week eerder aan hun tax. Bewoners ervaren ook vaak hinder van lawaai, waarbij brommers en scooters en verkeer dat minder hard dan 50 km per uur rijdt, alsmede bouw- en sloopactiviteiten aan kop gaan. Het volledige rapport is verkrijgbaar bij de GGD.

De reden dat er per wijk aan cases gewerkt werd, heeft te maken met de verschillen in problematiek per gebied. In Betondorp wonen bijvoorbeeld veel alleenstaande mannen, die met behulp van gezamenlijke maaltijden met elkaar in contact gebracht worden. De maaltijden komen hun gezondheid ten goede en ze ontmoeten elkaar op informele wijze. Voor de hulpverleners zijn ze zo ook gemakkelijker te benaderen.

Een fysiotherapeut vertelde tijdens de informele nazit: ”In de zomer dachten mijn praktijkgenoten en ik, dat we de tent wel konden sluiten, zo rustig was het. Als het weer wat guurder wordt, nemen de klachten aan het bewegingsapparaat toe. Zo fietste er onlangs een naveltruitje voorbij. Bij deze temperaturen is dat vragen om moeilijkheden, maar het uiterlijk wordt belangrijker gevonden. Dikke truien worden tegenwoordig niet meer gedragen, terwijl het voor de spieren veel beter is. Dan hoef je ook niet zo hoog te stoken.”

Met elkaar zorgen de eerstelijns zorgverleners dat er (bijna) niemand buiten de boot valt en mensen niet verkommeren.