
Het einde van de zes weken basisschoolvakantie werd dit jaar gemarkeerd door Sail. Via het Noordzeekanaal waren de enorme zeilschepen, de ‘tall ships’, naar de kaden van het IJ gevaren. Een stroom voetgangers keek de ogen uit vanaf de kant en met enig geduld kon aan boord worden gegaan van sommige vijfmasters. En op het water krioelde het van de grotere en kleinere boten, veelal maximaal bemand.
De organisatie van het evenement leek in alle opzichten uitstekend. De informatie was goed, de spreiding van het publiek bleek behoorlijk, er waren veel plekken met tafels en banken waar even uitgeblazen kon worden, er werd (meer dan) genoeg eten en drinken verkocht, de verwerking van afval was goed geregeld, er was vervoer per pont, er waren diverse optredens, er was een reuzenrad en er was prachtig vuurwerk.
En er was een zuil waarop de voetganger de digitale melding kon lezen dat hij (vanuit stadsdeel Centrum) stadsdeel Oost betrad: ‘welkom in stadsdeel Oost’. Daarmee werd de basis gelegd voor dit stukje lokaal-politieke komkommertijdjournalistiek.
Rol stadsdeel
Een groot deel van Sail werd op het grond- en watergebied van stadsdeel Oost opgevoerd. Het digitale welkom was een marginale symbolisering van die betrokkenheid. Had het niet zonder dat armzalige zuiltje gekund? En/of had het niet juist met een veel opvallender symbool gemoeten? Wie ging daar over? Welke ambtenaar? Welke bestuurder? Of neemt de externe organisatie van Sail ook de representatie van een stadsdeel voor haar rekening?
Komkommergezeur, anders is het niet. Maar in het verlengde hiervan liggen vragen die minder vrijblijvend zouden moeten heten. Vragen die door bestuurders en politici angstvallig buiten het publieke domein worden gehouden. Er wordt gesuggereerd dat er geen keuzes zijn, er is bestuurlijke en politieke consensus: de politiek is apolitiek.
Stond Sail op de begroting van het stadsdeel? En was dat dan als het eenmalige evenement Sail of is het ergens anders in ondergebracht? En stond het dan op die begroting als kostenpost of als inkomstenbron? Een bijdrage in de kosten van de organisatie van het evenement -- naast de sponsorbijdragen, die van de gemeente, die van fondsen en uit verkoop – kan een flink bedrag omvatten. Anderzijds kan de verstrekking van een enorm aantal benodigde vergunningen tot een flinke inkomstenpost gerekend worden.
Rol overheid
Het geld van de overheid heet ‘het geld van ons allemaal’ te zijn.. Anders gezegd, via enkele miljoenen belastinggeld hebben de gemeente Amsterdam en stadsdeel Oost bijgedragen aan de organisatie van Sail. Daar is op zich niets mis mee, al zou het ietwat transparanter gepresenteerd mogen worden. De drie werkelijke pijnpunten zijn 1) bij wie komen de revenuen, 2) wie staat garant voor verliezen en 3) welke representatiekosten zijn te billijken? In de pers is het getal 90 miljoen genoemd als het te verwachten winstcijfer bij deze editie van Sail. Het is zo ongeveer de economische legitimatie voor het evenement. Geen journalist die zich waagt aan enige analyse van dit cijfer. Is de winst een optelsom van verkoop van food, non-food en haveninkomsten? Is het netto of bruto, ofwel zijn de kosten van bijvoorbeeld de aanwezigheid van schepen er al afgetrokken? En al die andere organisatiekosten, staan die los van deze winst? De belangrijkste vraag: voor wie ìs deze winst? Het antwoord laat zich raden: voor de sponsors en andere ondernemers. Met een dergelijke gang van zaken -- het winst maken bij een voornamelijk gemeentelijk georkestreerd evenement -- valt te leven.
Tot blijkt dat bij de eindafrekening van de organisatie een zwaar tegenvallend verliescijfer gepresenteerd gaat worden. Plotseling blijkt het dan om een heel ander soort cijfer te gaan dan die eerder in de pers genoteerde 90 miljoen! En wie blijken zich ongetwijfeld garant te hebben gesteld voor eventuele verliezen? Natuurlijk de gemeente en misschien ook in het kielzog daarvan voor een bepaald percentage de stadsdelen Centrum, Noord en Oost. Die tegenvallende cijfers heten onverwacht. Het is onterecht dat ze onverwacht heten, alle evenementen – en analoog daaraan vele grote overheidsprojecten – eindigen in de min. Het maakt de triomfantelijke deelname van stadsdeel Oost aan Sail wat wrang. Echt alsof het niets kost zijn bestuurders, politici, ambtenaren en vele zakelijke partners mee gevaren op een ‘tall ship’. Zurig, ingeven door jaloezie en populistisch wordt zo’n frase als hierboven vaak genoemd. Zou het representeren tot een enkel groot evenement beperkt blijven, dan zou die karakterisering hout snijden. Maar laten we eerlijk zijn: een bobo-borrel schenken lijkt zo ongeveer het meest belangwekkende product te zijn van creative management.
Rol individu
Vol goede moed ben ik terug gekomen van vakantie. Mild en optimistisch wilde ik in deze Dwars door de buurt een begin maken aan het komende politieke seizoen. Sail was werkelijk een geweldige belevenis. Het was het geld waard, wat het dan ook gekost moge hebben. Pure markt in Park Frankendael is er een week na Sail. En eind september de Rode Loper. Nog veel meer zal er de komende tijd gaande zijn in stadsdeel Oost. Oost bruist. Ik voel me er welkom, maar een stuk zonder kritische noot blijkt toch te veel gevraagd.
We stuurden het artikel voor commentaar naar het stadsdeel. Dit is de reactie van stadsdeelvoorzitter Fatima Elatik:
Iedere 5 jaar staat stadsdeel Oost voor een enorme uitdaging. Dan doet Sail ons stadsdeel aan. Dat betekent enorm veel werk en inspanning, maar het levert ook wat op. Het evenement heeft een internationale allure en zet Amsterdam mooi op de kaart. Stadsdeel Oost heeft niet gevraagd om dit evenement, maar draagt er wel aan bij. We zorgen voor handhavers op het terrein en op het water. We zijn verantwoordelijk voor de mensen die in het gebied wonen en werken. We regelen alternatieve parkeerplaatsen en pendelvervoer. We zorgen dat de Jan Schaeferbrug eruit gehaald wordt. We regelen bebording en zorgen dat het terrein veilig is voor een groot evenement als Sail. En dat is nog maar een greep van de dingen die we doen om een evenement als Sail mogelijk te maken. En dus staat Sail inderdaad op onze begroting, als kostenpost. Centrale Stad is de vergunninghouder. Maar net als onze bewoners hebben we niet alleen maar de lasten, maar ook de lusten. Bij mijn taken als wethouder hoort ook relatiebeheer en representatie. Zo had ik het genoegen om te mogen investeren in de bewoners van onze buurt. In de band die we hebben met actieve bewoners, sleutelfiguren, bewonersnetwerken, jongeren en leden van onze denktank. Zij zetten zich iedere keer weer belangeloos in voor onze buurten en onze bewoners en met deze Sail werden zij in het zonnetje gezet. Tegelijkertijd konden we de banden nog eens goed aanhalen en voor sommige van hen was het een kennismaking met de nieuwe wethouders, want na de verkiezingen en de fusie is er voor hen toch wat veranderd. Wil je dat dan een triomfantelijke deelname noemen? Ja? Dat mag, want voor één dag hebben wij op een prachtig schip gevaren met prachtige mensen en alleen maar blije gezichten. En dat was het waard.
| < Vorige | Volgende > |
|---|








