“De overheid is nu verplicht onbeschofte brieven van burgers te beantwoorden.”
Terwijl halfwakker Nederland zich afvroeg of zij het goed gehoord had, ging de nieuwslezer van het RTL4 ontbijtnieuws al weer over op het volgende onderwerp.
Tijd om de wenkbrauwen te fronzen was er niet, laat staan om er over na te denken. Hulpverleners worden vaak door het publiek tegengewerkt en soms gemolesteerd en daar staan nu hogere straffen op. Doet schelden geen pijn? Moeten overheidsmedewerkers het normaal gaan vinden om uitgescholden te worden en vervolgens een beleefde brief terug te schrijven aan iemand die je #!*&lijder noemt of mother%#*^? Negeren is vaak de beste remedie, de schrijver van de scheldkanonade kan als hij afgekoeld is een nieuwe poging wagen zijn frustraties op een beleefdere manier aan het papier toe te vertrouwen. Maar hoe moet de overheid dan reageren op onbeschofte brieven? Door met gelijke munt terug te betalen, dan valt het kwartje misschien: “Geachte heer tyfuslijder, wij bij het Stadsdeel Oost worden echt schijtziek van uw in slecht Nederlands opgestelde en van randdebiliteit getuigende brieven. U blijft maar lekker nog een jaar of tien wachten op de parkeervergunning die u zo hard nodig denkt te hebben. Dat zal u leren ons #*%$ te noemen!”